Het tweede deel van de serie Sleutelteksten in film- en media-theorie is gewijd aan de klassieke en moderne filmtheorie tussen 1945 en 1980. In deze periode ging de aandacht allereerst uit naar de aard en status van de film, gevolgd door interesse in de taal en vertelwijze van de film. Zo bevat dit deel beschouwingen over enkele doorslaggevende ontwikkelingen in de naoorlogse film, waaronder het Italiaanse neorealisme en de Franse Nouvelle Vague, de bloei van Hollywood, en de 'auteurtheorie'. Vanaf de jaren zestig wordt de film voorwerp van academische studie, en bieden disciplines als linguïstiek, semiotiek en psychoanalyse nieuwe gereedschappen voor de analyse van de film. De in deze periode ontwikkelde theorieën hebben een blijvend stempel gedrukt op de moderne filmwetenschap.

De hier verzamelde teksten bieden een overzicht van de belangrijkste theorieën van de klassieke en moderne film: van pioniers als Maya Deren, Alexandre Astruc, François Truffaut en Pier Paolo Pasolini tot invloedrijke auteurs als André Bazin, Andrew Sarris, Christian Metz en Laura Mulvey. Sommige van deze essays waren niet eerder in het Nederlands beschikbaar. Alle teksten worden ingeleid en in hun historische context geplaatst om hun blijvend belang voor het denken over film en media te onderstrepen.

Samenstelling en Redactie: Annie van den Oever, Frank Kessler, Philippe Meers, Patricia Pisters, Steven Willemsen

©2016 Filmarchief Rijksuniversiteit Groningen en uitgeverij In de Walvis, Nijmegen

ISBN 978 90 7424 138 0

Prijs: € 15,00